1 De Betonvloer

Aandachtspunten bij de beoordeling van de Betonvloer

De huidige tendens om cementgebonden zandcemenvloeren niet louter meer toe te passen in gebouwen waar enkel het functio­nele karakter van belang is (zoals in­dustriegebouwen), maar ook in gebouwen waaraan vooral esthetische eisen gesteld worden (zoals woningen, winkels en kantoren), heeft tot gevolg dat we steeds vaker vragen voorgelegd krijgen met betrekking tot de Woon-Leef Betonvloer.

De ter plaatse gestorte betonvloer wordt bepaald door een brede waaier aan invloedsparameters. Het zal dan ook veelal onmogelijk zijn om de uniformiteit ervan te waarborgen, temeer omdat de functionaliteit van dergelijke vloeren gewoonlijk primeert op het esthetische karakter.

Indien men desondanks toch opteert voor een betonvloer in het kader van niet-industriële toepassingen, dient men rekening te houden met een aantal beperkingen die inherent zijn aan dit vloertype. Zo dient men in het achterhoofd te houden dat de mogelijkheid om naderhand correcties uit te voeren zonder dat deze in het oog springen zeer beperkt is.

Indien er geen duidelijke tekenen zijn die duiden op differentiële zettingen van de ondergrond of andere stabiliteitsproblemen, kan het ontstaan van scheuren in de vloer doorgaans toegeschreven worden aan de (differentiële) krimp van het beton.

Hoewel de berekende scheurbreedte in bedrijfsvloeren volgens de TV 204 beperkt moet worden tot 0,3 mm, wordt bij de controle ervan in de praktijk gewoonlijk een reële scheurbreedte van 0,5 mm aanvaard (bij voorkeur gemeten met een gegradueerd vergrootglas). De aanwezigheid van dergelijke fijne plaatselijke scheurtjes in de betonvloer heeft normaalgesproken immers geen weerslag op de duurzaamheid (voor zover de randen van de scheurtjes geen afbrokkeling vertonen). Bredere scheuren met afbrokkelende randen zouden bij voorkeur hersteld moeten worden (zie afbeelding 1).

Het optreden van een netwerk van dicht aaneengesloten microscheurtjes (aangeduid als ‘craquelé’) is het resultaat van de hydraulische krimp van het beton. Aangezien dit verschijnsel enkel het uitzicht van de vloer beïnvloedt en geen weerslag heeft op de duurzaamheid, zijn herstellingen in dit geval overbodig. Meer nog : dit netwerk van oppervlakkige scheurtjes getuigt eigenlijk van een homogene spreiding van de krimpspanningen.

1 De Betonvloer Scheurvorming als gevolg van de krimp van het beton

Tengevolge van hun samenstelling zijn cementgebonden bedrijfsvloeren onderhevig aan een zekere verkortingsbeweging, die aangeduid wordt als de betonkrimp. Men kan een onderscheid maken tussen twee types krimp : de plastische en de hydraulische.

Plastische krimp

De plastische krimp, die gewoonlijk reeds enkele uren na het storten optreedt, kan bij cementgebonden bedrijfsvloeren belangrijke proporties aannemen. Deze beweging ontstaat doordat een gedeelte van het aanmaakwater verdwijnt door verdamping, wat gepaard kan gaan met een aanzienlijke volumevermindering. Dit uit zich door het verschijnen van brede scheuren over de volledige vloerdikte.

Gelet op de bijzondere uitvoeringsvoorwaarden van bedrijfsvloeren kunnen de beschermingsmaatregelen pas getroffen worden na de afwerking van het oppervlak, wat slechts kan gebeuren als de binding van het beton voltooid is. Tijdens deze periode kan de snelle verdamping van het aanmaakwater aanleiding geven tot scheurvorming in het beton (dat nog in zijn plastische fase verkeert).

Vlakheid betonvloer

De vlakheidstoleranties zijn afhankelijk van de bestemming van de vloer. Het spreekt immers voor zich dat de eisen die gesteld worden aan een bedrijfshal (opslag op grote hoogte) niet identiek zijn aan deze voor een loods (opslag op de vloer). In sommige gevallen kan het bovendien noodzakelijk blijken de vloer van één enkele ruimte in te delen in zones met vlakheidstoleranties van verschillende klassen (zie tabel 1).

In industriële ruimten waar materialen met vorkheftrucks op grote hoogte gestapeld worden, kunnen zelfs de kleinste vlakheidsafwijkingen niet te verwaarlozen gevolgen hebben. In de woningbouw kan een gemis aan vlakheid dan weer leiden tot moeilijkheden bij de plaatsing van het meubilair. In voorkomend geval is het bijgevolg raadzaam een strenge vlakheidsklasse voor te schrijven.

Tenzij er andersluidende vlakheidseisen werden vastgesteld, dient men voor vloeren voor courant gebruik de vlakheidsklasse IV te hanteren (een tolerantie van ± 9 mm onder de lat van 2 m). In de nabijheid (d.w.z. tot op een afstand van 20 cm) van muren of andere hindernissen mag men een lagere tolerantieklasse beschouwen. Voor de vlakheidsklasse IV komt dit overeen met ± 12 mm onder de lat van 2 m

1 De Betonvloer

1 De Betonvloer